stomme sportschool

Vorige week stond ik wat dood te gaan in de sportschool. Ik vroeg mij serieus weer even af waarom ik was begonnen aan crossfit. We hadden al een best intensieve warming up gehad en de hoofdactiviteit had ik al genegeerd sinds ik hem zag staan op het bord bij binnenkomst. Iets met hardlopen en roeien, twee activiteiten die echt bovenaan mijn lijstje staan van “stomme activiteiten in de sportschool”. Je mag mij hiervoor niet wakker maken, je maakt mij hier niet blij mee, je maakt mij hier chagrijnig mee. En daar stond het vrolijk op het bord, 500 m roeien en 400 m hardlopen voor 30 minuten. Ik dacht er over om naar huis te gaan. De reuma-kaart te spelen. Of gewoon letterlijk weg te rennen tijdens het eerste rondje hardlopen. Maar goed, dat deed ik natuurlijk niet.

In plaats daarvan nam ik braaf plaats op de roeimachine, deed mij best en vervloekte de roeimachine alleen in mijn hoofd en zag langzaam maar zeker de eerste 500 m inzicht komen. Ik klauterde van het roei-apparaat, vond dat ik het er prima van af had gebracht en zette enthousiast mijn hardlooprondje naar buiten in. En het was alsof ik tegen de vrachtwagen aan knalde die onhandig op onze route geparkeerd stond. Mijn benen waren zuur van het roeien en het bushokje, 200 m vanaf de box, was nog niet echt bepaald in zicht. Ik strompelde achter de groep aan, draaide mij braaf om BIJ het bushokje en niet 50 m voor het bushokje en op de terugweg veranderde ik in een klein hoopje ellende… De coach stond mij aan te moedigen bij de ingang van de box, en ik dacht alleen maar ‘waarom heb je dit in hemelsnaam op het bord geschreven, waarom ben ik in hemelsnaam dit ook gaan doen…’.

onaardig feestje

Ik stortte neer op een bankje, dronk wat water en probeerde weer wat normaal te ademen en mijn lijf te voelen. Ik keek op de klok en zag dat er nog geen 6 minuten voorbij waren gegaan. Aan de andere kant, ik had dus bijna 6 minuten gedaan over nog geen kilometer roeien en hardlopen bij elkaar. Oef…

Na een paar minuten stapte ik bijna enthousiast weer op de roeimachine. De meters kropen voorbij, en mijn armen en benen vroegen zich allebei af in wat voor soort hel ze terecht waren gekomen. En we moesten nog naar buiten… Er ontstond een onaardig feestje in mijn hoofd, dat een beetje neerkwam op “Lotte, je kan dit echt niet. Lotte, je conditie is echt te slecht. Lotte, wat doe je in hemelsnaam hier tussen al die fanatieke mensen. Lotte, je spoort niet en niet in een positieve zin.” En ik WEET dat het geen wedstrijd is, dat iedereen op zijn of haar eigen niveau kei-hard aan het werk is, toch voelde het voor mij alsof ik de poedelprijs keihard aan het winnen was. Ik was buiten niet meer vooruit de branden. Achter mijn ogen voelde ik wel iets anders branden. Ik was kapot en vond mijzelf even niets waard.

stoppen

Tijd om daar uit te stappen, besloot ik. Ik deed dit vrijwillig, dat sporten, met het idee daar wat beter van de worden, niet om mijzelf in welke vernieling dan ook te werken.

Ik haalde veel te oppervlakkig adem voor de idiote inspanning die ik aan het leveren was. En dat voedde het onaardige hysterische feestje in mijn hoofd iets te veel. Ik nam een teug adem, voelde hoe deze mijn borstkas vulde en nam het in gedachten mee naar mijn voeten, die stap voor stap toch vooruit kwamen. Een teug adem verliet mijn brandende longen en nam hopelijk ook wat hysterie met zich mee. Ik nam een diepere teug adem en nam deze mee naar mijn benen, die toch stoer bleven bewegen, en zelfs wat minder zuur aanvoelde en zelfs wat sneller konden gaan lopen.

Het onaardige feestje in mijn hoofd kreeg steeds minder aandacht, en ik legde mijn focus op een nieuwe vrachtwagen die wat handiger geparkeerd stond. Tot aan daar hoefde ik maar hard te lopen, dan kon ik weer een stukje lopen. En dan, als ik zover was, daar bij de pionnen was wel een mooi punt om weer rustig een stukje te gaan hardlopen tot aan het bushokje. En zo ging ik stap voor stap toch vooruit, de ene keer wat sneller dan de andere keer en toch vooruit.

Bij de derde keer dat ik naar buiten rende om een rondje te gaan hardlopen, had ik ontdekt dat wanneer ik op de heenweg mijn benen de tijd gaf om bij te komen van het roeien door lopen en rennen af te wisselen, ik de terugweg al hardlopend kon uitlopen. Mijn hoofd had nog een tweestrijd die ik onderschepte door met mijn aandacht naar mijn voeten te gaan, stap voor stap vooruit, of naar mijn ademhaling, in en uit, in en uit. Iedere keer weer wanneer een onaardige zin de overhand kreeg, ging ik weer uit mijn hoofd, naar mijn voeten die dapper doorgingen, naar ik die dapper doorging.

nog een rondje...?

Er waren nog 7 minuten over toen ik terugkwam van mijn derde ronde en ik was er helemaal klaar mee. Crossfit zag ik nog wel zitten, al mocht (en mag 😂) deze oefening van mij verdwijnen in de bermuda driehoek. En toch, ik zat daar uit te puffen op een bankje, dronk weer wat water en deed mijn best mijn hele lijf te blijven voelen, en ik keek naar de klok. Nog 4 minuten. Te weinig om een heel rondje te maken, al was ik daar niet rouwig om. Maar nog wel genoeg om een rondje te roeien. Wie weet bleef ik onder de tijd die ik tot dan toe had neergezet.

Terwijl de rest van de groep net naar buiten sprintte om hopelijk binnen de tijd terug te zijn, verklaarde ik mijzelf voor gek terwijl ik plaats nam op de roeimachine. Ik gespte mijn voeten vast, keek naar de klok (nog 3 minuten), haalde even goed adem en zette de laatste race in. De coach kwam enthousiast naast mij staan en moedige mij aan om onder de 2 minuten en 20 seconden te blijven voor de 500 meter. En ik, ik vond dat ik niet spoorde, dit keer in positieve zin. Ik roeide mijn hoofd voorbij, bleef mijn aandacht houden op de tijd, op de meters die langzaam aan steeds meer werden en op mijn ademhaling, in en uit. In en uit.

En terwijl de rest van de groep een voor een met een rood hoofd weer terug kwam binnen de tijd, haalde ik het rondje roeien onder de 2 minuten en 20 seconden, met eenzelfde rood hoofd. Ik kreeg het voor elkaar om mijzelf toch weer te verbazen en mijn klets-grage hoofd weer uitgekletst te krijgen. Door mijn focus op wat anders te leggen dan het gekwaak in mijn hoofd, door in kleinere stapjes vooruit te kijken in plaats van het geheel te bekijken. En met het vooruitzicht dat het ook zo voorbij is. Wist je bijvoorbeeld dat een emotie in basis vaak maar iets van 9 seconden bestaat?
Daarna blijven we er vaak ‘in hangen’.

Wanneer je blij en plezier hebt, is dat niet zo erg. Maar wanneer je bijvoorbeeld net zoals ik ergens in vast loopt, dan kan dat behoorlijk in de weg zitten. Ik had kunnen blijven hangen in de zwaarte van de oefening, ik had kunnen geloven dat ik de ‘slechtste’ van de groep was. En als je kijkt naar de tijd die ik heb neergezet, 5:29 voor een compleet rondje, was ik inderdaad de langzaamste. En daarmee had ik, vind ik, volledig recht op de poedelprijs. En dit keer had dit in mijn hoofd geen bittere nasmaak. Dat ongezellige feestje in mijn hoofd had plaats gemaakt voor wat anders. Ik dacht aan het aller laatste rondje dat ik deed, en dat was een leuk pittig rondje. En wie weet verbeter ik mijn tijd een volgende keer, en wie weet ook niet. Want wie weet is deze oefening alsnog verdwenen in die rare driehoek 😉

Ik ging kapot en blij naar huis. Kapot, omdat het een intensieve training was. Voor iedereen. En blij omdat ik een grens heb opgezocht, ik er achter kwam dat ik deze grens wat kon oprekken en zelfs er wat overheen kon gaan zonder stuk te gaan. En zo word ik iedere keer weer wat sterker. Fysiek en mentaal. 

Allemaal leuk en aardig Lotte, wat is je punt?

We zijn goed in verhalen maken in ons hoofd, die we ook nog eens gaan geloven. En die niet eens waar hoeven te zijn. Ik ging geloven dat ik niet op mijn plek was op de sportschool, terwijl dit JUIST de plek is om nu wel te zijn, ook al zet ik de langzaamste tijd neer.

Het loont de moeite om eens te kijken welke verhalen er in je hoofd ronddwalen die jij voor waar aanneemt en die je tegelijkertijd onderuit halen. Vervolgens kijk je of deze verhalen kan vervangen met verhalen die liever, leuker en/of aardiger zijn.

Jaja, dat gaat vast zo makkelijk.

Euh, nee, dat klopt (als je de sarcastische toon in de vraag hoorde). Ik ben hier al jaren mee bezig, de ene keer wat meer dan een andere keer. En nog steeds ontdek ik nog genoeg momenten waarop ik dingen geloof in mijn hoofd die mij eigenlijk in de weg zitten. Ik weet niet eens wanneer ik hiermee begonnen ben, met het kijken naar die verhalen in in hoofd. Ik weet wel dat ik klein begon. Ik hoef niet te geloven in het tegenovergestelde van wat ik daarvoor zei tegen mijzelf: ik hoef niet de beste en fitste persoon in de sportschool te worden. Ik wil wel de fitste versie van mijzelf ontdekken. Hoor je het verschil? Merk je hoe de aandacht van de ander verschuift naar mijzelf?

Terwijl de aandacht daarvoor zat bij iedereen die zeker een ronde voor lag tijdens het roeien en hardlopen, gaat de aandacht nu naar mijzelf. Naar hoe ik erachter kom dat ik die laatste 200 m kan hardlopen door de eerste 200 m wat meer rust te pakken. En dat de volgende keer dat deze ellendige oefening toch weer op het bord komt te staan, ik dat mogelijk sneller dat voor elkaar krijg. En dat is waar het om gaat.

En daar ben je al jaren mee bezig?

Niet met hardlopen enzo, wel met wat er zich allemaal afspeelt in mijn hoofd ja. Ik geloof dat ik met mindset veel verschil kan maken voor mijzelf. En dat gaat met vallen en opstaan. De ene keer val ik subtiel, de andere keer lig ik languit in de modder: de ene keer verdrink ik in een verhaal dat mijzelf flink onderuit kan halen. En een andere keer heb ik het al snel door en weet ik het te onderscheppen. Zoals tijdens t hardlopen. Kleine behapbare afstanden maken. Focussen op ademhaling, en de rest van mijn lijf. Een zin herhalen die helpt in plaats demotiveert.

Hoe begin ik daar zelf mee?

Begin klein, alles in 1x willen veranderen is wat veel.

💡 Let er eens op hoe je tegen jezelf praat wanneer iets niet gaat of lukt zoals je bedacht hebt. 🗯 Wat zeg je dan eigenlijk? Zit daar een gemene of onaardige toon in? Kijk of je die toon kan waarnemen. Je hoeft er nog niets mee te doen.

💬 Kijk vervolgens wat je anders kan zeggen tegen jezelf. Je kan bijvoorbeeld bedenken wat je tegen een vriend of vriendin zou zeggen in dezelfde situatie. Heeft dat dezelfde toon? Is dat dezelfde zin? Vaak niet. Kijk of je dat wat je tegen een ander zou zeggen, vaker voor jezelf kan herhalen.

En dan?

Dit blijft je een tijdje doen. Je zegt waarschijnlijk al jaren onaardige dingen tegen jezelf, zonder dat je dit misschien heel bewust doet. Dit in 1x helemaal veranderen is alsof je na 1 les vloeiend Chinees wil kunnen spreken. Er zijn heel misschien een paar mensen die zo’n talenknobbel hebben, dat ze een heel eind komen. De meeste mensen hebben echter daar veel langer de tijd voor nodig. Zo werkt het ook met het veranderen van je mindset, van wat je zegt tegen jezelf. Geef het tijd en kijk of je steeds meer kan ondervangen wanneer je wat liever voor jezelf kunt zijn. En straf jezelf verbaal niet meteen af wanneer dit fout gaat. Je hebt ook niet in 1 dag leren lopen.